Beestenboel (Jon van Duivenbode)

BEESTENBOEL
bij Jona 4:11

Het was echt bij de wilde beesten af.
De mensen gingen hier tekeer
als dolle stieren.
De honden lustten er geen brood van.

Onlangs verscheen een mens,
eerder post- dan vredesduif.
Hij noemde man en paard,
gooide de knuppel in het hoenderhok.

Parels voor de zwijnen, dacht hij.
Maar iedereen zei: we gaan naar de haaien.
De koning wist zich een kat in het nauw,
en berouwvol vatte hij de koe bij de horens.

Dank je de koekoek,
sprak de vreemde snoeshaan,
jullie zullen met man en muis vergaan.
En de vogel was gevlogen.

Gelukkig baarde de olifant een muis.
Kool en geit bleven gespaard,
we waren weer vrij als een vogel.
Waar hebben we dat aan verdiend?

Er zijn honderdtwintigduizend kleine kinderen
die geen vlieg kwaad doen
en dan nog al die dieren
hier in Ninevé.

Reageer (alles openbaar behalve email adres):

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *