Donkerblauwe winter (Jon van Duivenbode)

DONKERBLAUWE WINTER

Ontwaken zonder ochtendgloren,
nergens een vroege vogel.
Dageraad ziet het somber in,
stelt het onvermijdelijke uit.
Met tegenzin ademt buitenlucht,
schept bij vlagen frisse moed.

Straatlantaarn geeft schone schijn.
Is de zon voorgoed verdwenen?
Of verborgen in een grauwe jas,
worstelend tegen koning winter,
eenzaam dromend van lente,
tellend, hoeveel dagen nog?

Een trein rijdt langs troosteloze akkers,
leegte volop voorradig.
Morgenlucht kleurt aarzelend rood,
verwelkomt de barre werkelijkheid.
Geen bloem doorstaat de gure kou,
wat rest is bevroren herinnering.

Schapen schuilen onder dikke wol,
gelaagde zelfbescherming.
Alleen maar grazen, kauwen,
volhouden zonder nadenken.
Bleek gras, dorre distel, vergeeld blad,
lichttekort alom.

De dag is halverwege moe,
sleept zich zuchtend naar het eind.
Temperatuur zakt naar min tien,
dwingt waterstroom tot stilte,
een ondoordringbaar oppervlak.
IJsvogel, zie je er nog doorheen?

 

Reageer (alles openbaar behalve email adres):

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *