Terre d’accueil (Jon van Duivenbode)

TERRE D’ACCUEIL

Ik reed Wallonië binnen
en de zon ging schuil
achter argwanende blikken.
De stilte spelde onheil
van immer dreigend onweer.
Eendrachtig bleven luiken
hermetisch gesloten.

Naaldbossen somberden groen,
donkergroen.
Verongelijkte rivieren smeten rotsen
naar uitheemse avonturiers,
en groeven naargeestige grotten.

Volgens Plato
heeft de grot een uitweg.
De weg van het ware inzicht,
van desondanks geloven
dat dit het land van welkom is.

Het kan niet anders,
ze moet hier ergens zijn.

Ze heet Claire, denk ik,
misschien zelfs Aimée.
Ze werkt in een apotheek
of een bakkerij.
Ze heeft lang bruin haar
dat ze draagt in een vlecht,
en groene ogen,
lichtgroen.

Ze ziet mij aan
als een verdwenen vriend
die onverwacht terugkeert.

Ze lacht zonder aarzeling.
Ze houdt van het leven
en het leven van haar.
Ze is gelukkig hier,
dat kun je zien,
zelfs bij getemperd licht.

Ik reed Wallonië buiten
en geloofde in een wonder.

Reageer (alles openbaar behalve email adres):

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *