De foto’s (Bert de Jong)

DE FOTO’S

Op het moment dat de Boeing begon te bonken als een schip op een venijnige golfslag, moest hij denken aan de foto’s die hij voor hun vertrek in het boek met reproducties van schilderijen van Van Gogh had verstopt.

Niet dat hij zich voor de foto’s schaamde, zo schokkend waren ze ook weer niet. Maar het is beter dat ze tijdens hun afwezigheid niet voor het grijpen liggen. Daar zijn de opnames te intiem voor.
De foto’s waren met behulp van een zelfontspanner genomen bij het zachte licht van de lage zon, die in de slaapkamer scheen. Een andere keer was de wijde polder met aan de verre horizon alleen de ronkende trekker van een landbouwer het decor geweest en waren enkele koeien en schapen toeschouwers.
De afdrukken van deze taferelen plak je niet in een foto-album. Je laat ze ook niet in de bovenste la van je bureau liggen als je een paar maanden van huis bent. Je bergt ze op in een lijvig boek met fraai fotowerk.

De turbulentie werd heftiger. Ineens zag hij scherp de foto’s voor zich; de foto’s die hij tot geen prijs had willen vernietigen. Hij zou een stukje van zijn leven hebben verloren.
In het vliegtuig was geen spoor van paniek te bekennen. Immers, hoe zou een toestel van de zo betrouwbare nationale luchtvaartmaatschappij door slechte weersomstandigheden kunnen verongelukken? Niettemin, de laatste tijd waren er berichten geweest over vliegtuigen, die al door onbekende oorzaak waren neergestort. Het was toch niet uitgesloten dat de met veel vracht en honderden passagiers afgeladen luchtmachine op haar noordelijke route tussen de ijsbergen terecht zou komen, niet zo ver van de Titanic vandaan. ‘Nader mijn God tot U’

Als het toestel zou vallen, bedacht hij verder gedurende die enkele spannende minuten boven de Atlantische Oceaan, zou reeds vroeg bij het verdelen van de nalatenschap door één van de kinderen of misschien veel later door één van de kleinkinderen gekeken worden in het grote boek met reproducties van het werk van Vincent van Gogh. De foto’s zouden het oeuvre van de schilder doen verbleken.

Toen het waarschuwingslicht was uitgeschakeld en het vliegtuig rustig verder suisde, piekerde hij nog steeds over de foto’s. Het verstoppen van de opnames, met de beste bedoelingen overigens, was niet de juiste oplossing geweest. Hiervan raakte hij volledig overtuigd toen hij op zijn rondreis in Mexico een e-mail van Carla oppikte. Ze gaf een gezellig verslag van haar belevenissen. Ze vermeldde het laatste nieuws van de straat, verzuimde niet een paar pikante roddels door te geven en noemde zelfs een ontwikkeling in de landelijke politiek, waarmee de kranten dagen druk waren geweest. Als je zo’n brief leest, ben je weer even thuis.

Ze schreef verder enthousiast over een bezoek aan het Vincent van Gogh-museum in Amsterdam. Ze was zo onder de indruk van de schilder geraakt, dat ze besloot haar scriptie kunstgeschiedenis over Van Gogh te schrijven.
Wat hem echter bovenmate verontrustte was dat Carla meldde van plan te zijn de boekenkasten na te snuffelen. Ze dacht dat hij wel iets over Van Gogh zou hebben staan en was er zeker van, dat hij als vader geen bezwaar zou hebben tegen het lenen van het boek.
Hij had een kleine hoop, gezien haar neiging snel van plan te veranderen, dat ze een ander onderwerp zou kiezen. Waarschijnlijk was dat niet. Hij zag haar al scharrelen bij de boekenkast en de tevreden en blijde lach op haar gezicht bij het vinden van het bewuste exemplaar. Goed, ze was twintig jaar en wist waar Abraham de mosterd haalde. Hij zag haar het boek pakken. De foto’s vielen er uit en fladderden op de vloer. Ze greep er naar. Ze zou blozen, stil zijn, dan gillen, lachen en nog eens lachen, want ze vindt dat er veel te lachen is in het leven. Misschien zou ze ontdekken dat de foto’s ontroeren omdat ze twee mensen laten zien, die van elkaar houden. Misschien. Hij wist het niet. Het gevoel, dat hij de ontwikkelingen, die zich zouden voordoen of zich reeds hadden voltrokken, niet meer kon beïnvloeden, verlamde hem en bracht hem meer in verwarring dan de storm boven de Atlantische Oceaan. Hij zag tegen de thuiskomst op. Voor het eerst.

De terugkeer op Schiphol na twee maanden Verenigde Staten en Latijns Amerika; het wachten bij de transportband op de bagage; de chaos in de aankomsthal; het stevig omhelzen; tranen om het gelukkige weerzien. Reizen is fijn; lang reizen is heerlijk, maar het thuiskomen is verrukkelijk en overtreft alles.
De thuiskomst is een ritueel. Eerst wordt het belangrijkste nieuws uitgewisseld en in grote lijnen bijgepraat. Details en vertrouwelijke en toch wel essentiële mededelingen worden voor later bewaard. De reizigers die een nacht in het vliegtuig hebben moeten doorbrengen en aankomen, hebben het wel gehad. Maar het feest van de terugkeer moet worden gevierd. De eerste tas gaat open met de schatten die in den vreemde zijn vergaard. De surprises: T-shirts, shorts, bermuda’s en nachthemden met exotische afbeeldingen in felle kleuren en vrolijke dessins. De bagage levert ook beeldjes, houtsnijwerk en kleden op, producten van geslaagde volkskunst.

Na dit feest is een spanning blijven hangen. Hij blijft treuzelen in de kamer. Carla heeft, zoals steeds een druk dagprogramma. Maar ook zij aarzelt. Eindelijk kijken ze elkaar langer in de ogen. Carla zegt: “Ik heb m’n scriptie over Vincent van Gogh bijna af. Het is een leuk onderwerp”. Het is of ze iets intiems vertelt. Zo anders klinkt haar stem. Dat verbeeldt hij zich tenminste. Maar ze is het gesprek meester en deelt verder mee: “Ik heb veel aan je boek gehad. Eigenlijk hoefde ik niet meer naar de bibliotheek. Je weet toch hoe ik een scriptie maak. Je schrijft gewoon alles uit een boek over maar dan met wat andere zinnen. Mijn docenten doen niet zo moeilijk. Dat boek van jou was een goed idee van mij.”
Het klinkt onverschillig. Hij ziet hoe het gesprek haar opwindt. Maar haar niet alleen. Het hoge woord komt eindelijk: “Hoe vond je de foto’s in het boek? Ik bedoel niet de reproducties van de schilderijen, maar de losse platen?”
Haar antwoord is direct, alsof het gesprek nog over de scriptie gaat:
“Als je me het zo vraagt. Ik vond ze mooi.”
“Mooi? Ik begrijp je niet.”
“Eerlijk, zoals ik het zeg. Ik ben wel geschrokken. Ze waren voor de boekenkast op de grond gevallen, toen ik het boek pakte. Ik zag ze liggen. Niet te geloven. Wist niet meer wat ik zag. Ik heb ze meteen weer in het boek gedaan en alles weggezet. Ik was van plan hetzelfde boek in de bibliotheek te halen en jou te vertellen, wanneer je ernaar vroeg, niets over Van Gogh in je kast gevonden te hebben. Ik wilde tegenover jullie doen alsof ik van niets wist.”
“Dat had je niet kunnen volhouden.”
“Precies. Weet je, ik heb lang nagedacht. Waarom zou ik zou moeilijk gaan doen. Je ziet tegenwoordig haast geen film meer op de televisie en in de bioscopen of ze doen het met elkaar. Meestal is het flauwekul. Soms hoort het bij het verhaal van de film. Dan is het echt en doet het me wat. Goed, ik heb het boek weer uit je kast gepakt. Toen zag ik veel meer, zag ik dat de opnamen écht waren. Ze horen bij jullie. Misschien dat ik zelf nog eens behoefte heb met behulp van een zelfontspanner te fotograferen; misschien dat ik dan na een jaar of tien er ook geen afstand van kan doen. Dan verstop ik ze, wanneer ik lang op reis ga, ook in een boek met mooie platen.”

“Dat heb je mooi geschreven over de foto’s, die je verstopt had in dikke boek over Van Gogh.” Ik vraag mijn dochter Margot of ze mijn verhaal over de foto’s heeft gelezen.
“Waarom heb je me Carla genoemd?” wil ze weten.
“Vind je dat niet goed?”
“Maakt niet uit. Het is jouw verhaal. Wanneer heb je het geschreven, en waar?”
“Toen we in Mexico waren.”
“Toen al? Hoe kan dat zo tevoren?” gaat ze verder. “Je vertelt precies hoe het was toen jullie weer thuis waren.”
“Het gaat toch altijd zo? Niet zo moeilijk om te verzinnen toch.”
“Heb je mijn scriptie over Van Gogh ook maar bedacht?”
“Klopt.”

We staan recht tegenover elkaar. Oog in oog. Ze houdt aan.
“Maar de foto’s. Die zijn er toch? Mag ik ze zien? Ik wil dat graag. Kan dat?”
“Je hebt ze bekeken. In mijn verhaal. Dat is voldoende?”
Een meer dan gewone knuffel bij wijze van instemming.
Het duizelt me.

Reageer (alles openbaar behalve email adres):

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *