Klantvriendelijk (Jaap van den Beukel)


KLANTVRIENDELIJK

Het regende behoorlijk hard, die avond. De ruitenwissers hadden er in hun gewone stand moeite mee om de hoeveelheid neerstromend water te verwerken en het uitzicht een beetje scherp te houden. En omdat hij van de extra hoge stand van de ruitenwissers zo ongeveer gek werd, besloot Dennis tot een andere maatregel: vaart verminderen. Dat hielp wel wat, maar ’t bleef tobben en koekeloeren door de voorruit.
Plotseling doemde er een zwaaiende lantaarn voor hem op, en toen hij wat dichterbij was gekomen, bleek er aan die lantaarn een politieagent vast te zitten. Die verwees hem naar een plekje onder het viaduct, waar nog drie agenten aan lantaarns vast bleken te zitten en één hem een plek wees waar hij blijkbaar geacht werd te stoppen. Terwijl hij z’n auto aan de kant zette, betrapte hij zich erop dat de situatie hem eigenlijk een beetje irriteerde: de politie vond blijkbaar dat zij het recht had om mensen gewoon tot stoppen te dwingen. Moest ik eens bij hen proberen, dacht Dennis.

De man kwam naar hem toe en sommeerde hem met een handgebaar zijn raampje naar beneden te draaien.
‘Goedenavond meneer, even op het pijpje blazen, alstublieft.’ Dennis wist dat verzet niks hielp, blies op het pijpje en zag dat het goed was, want kleurenblindheid zat niet in zijn pakket. De agent was het met hem eens.:
‘Dankuwel,’ bevestigde hij, ‘mag ik nu uw autopapieren nog even zien?’
Dennis taste eerst op z’n linker- en toen op z’n rechterborst, maar wist al voordat hij daaraan begon dat hij het antwoord op die vraag schuldig moest blijven.
‘Sorry, op het nachtkastje.’
‘U weet dat u dat een bekeuring gaat kosten?’
Dennis dacht maar heel even na: ‘Nou, eerlijk gezegd heb ik daar nooit zo bij stilgestaan, maar ’t is uw vak, dus u zult het echt wel weten.’
‘Ja’, ze de agent, ‘ik weet dat het zo is.’ Daar zat geen millimeter speling in. Hij pakte papier en balpen en maakte aanstalten om te gaan schrijven.
‘Hebt u uw rijbewijs ook niet bij u?’
‘Ja’, zei Dennis vriendelijk en bleef de man met een glimlach aankijken.
‘En mag ik dat dan even zien?’ vroeg de agent nadrukkelijk, alsof Dennis hem niet begrepen of verstaan had.
‘Dat is prima, rijdt u dan even met mij mee naar huis of moet ik even terugkomen?’
‘ En daarnet zei u dat u het bij u had!’
‘ Nee hoor, dat zei ik helemaal niet.’ Nog steeds die glimlach.
‘ Meneer!!! Moet ik er een paar collega’s bij roepen?
‘ Nou, van mij hoeft dat niet hoor, maar als u dat leuk vindt of als zij niks anders te doen hebben…’
‘ Uw rijbewijs!’
‘ Dat heb ik dus niet bij me.’
‘ Dan hebt u net dus gelogen, en dus is strafbaar.’
‘ Nee hoor, ik heb niet gelogen. U vroeg of ik mijn rijbewijs niet bij me had en het antwoord op die vraag was dus Ja, ik heb mijn rijbewijs niet bij me. ‘
De man begon zichzelf al lekker op te draaien en Dennis vond dat eigenlijk wel leuk. Hij zou vet moeten gaan betalen, maar hij zou er ook wat voor terugkrijgen. In de vorm van plezier wel te verstaan
‘Dat worden dan twee bekeuringen. Eén voor uw autopapieren en één voor uw rijbewijs!’ riep de agent, en het leek erop alsof hij al aardig opgefokt begon te worden.
‘Tsjéé’!’, zei Dennis, ‘dan krijg ik zeker wel korting.’
Dat kreeg hij niet, maar dat de man hem dat zo overspannen moest toeschreeuwen, vond Dennis toch wat overdreven. Het enige wat hij ter legitimatie bij zich had, was zijn ANWB-pasje.
De man schreef. Toen hij daarmee klaar leek te zijn, scheurde hij het papier uit zijn boekje en overhandigde dat aan Dennis.
‘Alstublieft. Honderdvijfendertig euro.’
‘Wát zegt u?’
‘Honderdvijfendertig euro.Vijfenveertig voor uw autopapieren en negentig voor uw rijbewijs.’
‘Vindt u dat niet een beetje veel voor zo’n kleinigheidje?’
Z’n antwoord liet niks aan duidelijkheid te wensen over: ‘Daar ga ik niet over.’
‘Nee, dat begrijp ik wel, maar u deelt wel die briefjes uit.’
‘Dat moet ik, dat is m’n vak, daar ben ik voor aangenomen.’ Hij keek nu uitgesproken nors.
‘Go’, zei Dennis, ‘vindt u dat nou leuk werk?’
‘Daar hebt u helemaal niks mee te maken’, zei de man.
‘O ja, nou ja, ziet u, ik ben een niet geheel onbekend journalist, en dan interesseren me dat soort dingen mateloos. Ik ben altijd op zoek naar dingen waarover ik een mooi verhaal kan schrijven. Naar wat mensen beweegt, bijvoorbeeld.’
‘Doorrijden!’ zei de man. Er zat niks vriendelijks meer aan. ’t Was ook zulk rotweer.
‘ Weet u waar ik ook best nieuwsgierig naar ben: als u nou vanavond in bed stapt, moet u dan weleens denken aan al die mensen die u vandaag zo’n briefje voor zo’n kleinigheidje hebt gegeven?’
‘Meneer, als u nou niet als de bliksem maakt dat u wegkomt…’
‘Ja, natuurlijk, maar ik was even benieuwd. En ik ben ook erg benieuwd of u nou van uw werk houdt.’
‘Daar hebt u helemaal niks mee te maken!’ schreeuwde de man nu bijna. ‘Doorrijden. Wegwezen.’
‘Ja, hé, ho, staat er in de wet dat u mij van alles kunt en mag commanderen? En staat er ook precies in de wet wat ik wel en wat ik niet tegen u mag zeggen en hoe ik dat dan moet of kan doen?’ Dennis zei het allemaal heel vriendelijk, hij begon er echt plezier in te krijgen.
‘ Ik mag u commanderen wat ik wil, en dat hebt u maar op te volgen. Zo simpel is het. En als het niet in de wet staat, doe ik het op mijn manier. U belemmert mij in de uitoefening van mijn functie!’ Z’n stem sloeg haast over van kwaadheid.
‘Nee hoor, u had mij echt niet aan hoeven te houden, daar hebt u zelf voor gekozen. Ik leg u geen strobreed in de weg, ik bedreig u niet, ik sta u vriendelijk te woord, ik geef antwoord op al uw vragen en ik heb u net zelfs honderdvijfendertig euro betaald voor iets waar ik helemaal niks van snap. Dus ik belemmer u echt niet in de uitoefening van uw functie.’
‘Meneer….’
‘Go, vreemd eigenlijk. Ik betaal u, ik draag via de belastingen al aardig bij aan uw inkomen en als tegenprestatie geeft u mij briefjes waarvoor ik flink moet betalen, en roept u mij bevelen toe. Vreemd hoor, echt vreemd. Hoe heet u?’
‘Daar hebt u ook helemaal niks mee te maken!!!’ Hij schreeuwde nu zo hard dat de andere agenten hun werk onderbraken.
‘Go, ook raar eigenlijk. U vraagt mijn naam en adres, en ik moet u antwoorden. Maar de kennismaking is blijkbaar niet wederzijds. Valt me toch tegen hoor. Betaal ik uw salaris, ben ik dus eigenlijk uw baas, maar mag ik niet eens weten hoe u heet, en waarschijnlijk ook niet waar u woont. Bij welk politiecorps werkt u en wat is uw functie precies?’
‘Meneer….! Als u nu niet meteen….!
‘Nog een vraagje: staat er in de wet hoelang u over zo’n karweitje als dit mag of moet doen? Of moet u per uur een bepaalde productie halen?’ Dennis bewonderde zichzelf omdat hij zo lekker rustig bleef.
‘Daar hebt u geen bliksem mee te maken!’ krijste de man nu.
‘Nee, daar hebt u misschien wel een beetje gelijk in, dat weet ik eigenlijk niet zo goed, ik vraag ook maar iets. Voor een mooi verhaal, weet u.’
‘En nu als de sodemieter opgerot!’
‘Okay, okay, rustig aan, ik ga al. O ja, nog één vraagje: u vindt het zeker niet erg dat dit aardige gesprek binnenkort als verhaal in één van de grote kranten staat, hè?’
‘Wááát?’
‘Of wordt uitgezonden in een programma op de televisie over klantvriendelijkheid? ’t Zou wel leuk zijn als u bij de opnamen aanwezig zou kunnen zijn!’ Dennis zei het nog steeds met een vriendelijke glimlach.
‘Meneer! Moet ik mijn collega’s roepen?’
‘Van mij hoeft dat niet hoor, maar als die ook bij de opnamen willen zijn….’
‘Er wordt helemaal niks opgenomen of uitgezonden…..!’
‘Tsja, dat weet ik niet zeker, en ik denk dat u daar niet over gaat, maar ik denk wel dat ze bij de televisie geïnteresseerd zijn in zoiets.’
‘In wat?’
‘Nou, in de opname die ik van dit gesprek heb gemaakt. Volgens mij is dat niet verboden. Zou ik nog even een foto van u mogen nemen?’
Nu barstte de man bijna echt uit z’n vel.
Dennis draaide het raampje dicht, zette de auto in z’n één en reed zachtjes weg. Door z’n achteruitkijkspiegel zag hij de man wild zwaaiend achter zijn auto aanrennen.
Hij rende niet hard genoeg.

Reageer (alles openbaar behalve email adres):

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *