Oordeel? (Jaap van den Beukel)

hamer - klein

OORDEEL?

Als je zeven maanden geleden aan de inwoners van Korendorp had gevraagd wat ze ervan zouden vinden als ze hoorden dat Peter Wagenmakers vannacht plotseling was overleden, dan zou er een kreet van afschuw door het hele dorp zijn gegaan. Maar toen hij twee maanden later werkelijk plotseling overleed, was de algehele stemming eerder smalend dan vol afschuw. En dat hij maar 54 jaar was geworden en een vrouw van 42 en een dochter van acht jaar achterliet, zou daar helemaal niks aan veranderen.

Die kreet van afschuw zou zeven maanden geleden nog door het hele dorp zijn getrokken omdat hij door iedereen op handen werd gedragen. Zo wijs en toch zo bescheiden, zo vriendelijk, kalm, altijd klaar staan voor iedereen. Voorzitter van dit en van dat, lid van de gemeenteraad, door iedereen gerespecteerd. Al vele jaren werd er heel wat beter naar hem geluisterd dan naar de burgemeester. En dat het hem echt niet alleen om belangrijke functies te doen was: de plaatselijke kerk kon ook altijd een beroep op hem doen als de handen uit de mouwen gestoken moesten worden: als koster of hulpkoster bijvoorbeeld. Als je toen aan zijn dochtertje Lianne had gevraagd wat zij de leukste functie van haar vader vond, dan zou zij zonder één seconde te aarzelen, gezegd hebben dat ze het altijd hartstikke fantastisch vond om hem te helpen als hij in de kerk de dienst van komende zondag voorbereidde. Ze sjouwde met stoelen, legde de kerkboekjes op hun plaats, hielp met het bord waarop de liederen werden aangekondigd en mocht zelfs helpen het water in het doopvont te doen als er een kindje gedoopt moest worden.
Maar toen hij plotseling een hartstilstand kreeg en totaal onverwachts overleed, kwam er zelfs geen klein berichtje in het plaatselijke blad, en waren er bij de rouwdienst en op het kerkhof buiten de dominee en de begrafenisondernemer slechts twee mensen aanwezig: zijn vrouw en dochtertje Lianne. Meer niet. Samen stonden zij hand in hand bij het graf, waarin de kist werd neergelaten. En samen huilden ze.

Twee maanden eerder was Peter betrapt. Zijn eigen achterbuurvrouw uit Korendorp had hem op een avond op de Keizersgracht in Amsterdam stevig omarmd zien lopen met een veel jongere vrouw, en die twee hadden elkaar telkens verliefd aangekeken. Zei ze. Van een afstand had ze zelfs gezien dat die twee een hotel binnengingen.

Zoiets hou je in een dorp niet geheim. Twee dagen later wist het hele dorp ervan en was het oordeel geveld. Toen Peter met zijn daad werd geconfronteerd, was het al te laat: hij kon praten als Brugman, maar niemand – echt helemaal niemand – geloofde dat hij Amsterdam had laten zien aan de dochter van zijn oudste broer, die vele jaren geleden naar Australië was geëmigreerd. Zij was daar geboren en nu voor een congres naar Nederland gekomen. Het smoesje dat het congres in dat hotel werd gehouden, dat die vrouw in dat hotel logeerde en dat hij haar daar alleen maar had thuisgebracht, was natuurlijk helemaal te doorzichtig voor woorden.
Vanaf dat moment liet iedereen hem links liggen, werd hij op straat niet meer gegroet, werd hij gedwongen om al zijn functies neer te leggen en moest zelfs de ondernemersvereniging op zoek naar een andere voorzitter omdat bijna alle leden daar op aandrongen. De meest geliefde man van het dorp was in een paar dagen totaal uitgekotst en daarna kreeg hij geen enkele kans meer om zich te rehabiliteren omdat de heer M. Hein dat verder onmogelijk had gemaakt. En zoals dat vaak gaat, werd hij al snel na zijn overlijden letterlijk doodgezwegen en was de enige herinnering aan hem dat zijn vrouw en dochtertje nog steeds in hetzelfde huis woonden en zo nu en dan boodschappen gingen doen. Maar omdat iedereen het onderwerp te pijnlijk vond om met hen over de misstap van Peter te praten, gingen veruit de meeste inwoners een straatje om als ze hen in de verte zagen aankomen. Dat scheelde een hoop problemen, vonden ze.

In dat jaar overleden er binnen de plaatselijke kerkgemeenschap in totaal zeven mensen. Zes daarvan hadden de respectabele leeftijd van 85 jaar of ouder bereikt, en de enige die daar kilometers van afweek was Peter met z’n 54. Al jarenlang was het in die kerk – en vele andere – d+e gewoonte om de leden die in een jaar waren overleden te gedenken in de dienst op de laatste zondag van het kerkelijk jaar, zo omstreeks eind november. En aldus geschiedde ook dit jaar.
Voor deze kerkdienst kregen de nabestaanden van alle overledenen een speciale uitnodiging: hun dierbare opa of oma zou in de dienst op zondag 25 november worden herdacht. Ook werd de familie uitgenodigd iemand uit hun midden aan te wijzen om een gedenksteen en een kaars in ontvangst te nemen. In die steen was de naam van hun geliefde familielid gebeiteld, als tastbare herinnering voor altijd en eeuwig.

De kerk was vol. De dominee keek ervan op: dat was hem in geen jaren overkomen, ook – en zeker – niet op de laatste zondag van het kerkelijk jaar. De kerk was zelfs zo vol, dat er stoelen moesten worden bijgesleept. Vanaf de preekstoel kon de dominee heel goed observeren wie er allemaal in de kerk zaten, maar nog nooit had hij er zoveel mensen zien zitten die hij niet of slechts vagelijk kende. En van elke familie die in het afgelopen jaar een dode had te betreuren, zag hij min of meer grote vertegenwoordigingen zitten. Behalve van dat ene gezin.

Nadat hij een mooie preek over leven en dood had gehouden, verzocht hij de aanwezigen om op te staan, zodat ze de doden op een waardige manier konden gedenken. En na elke naam die hij uitsprak, verzocht hij een lid van gezin of familie naar voren te komen om de steen en de kaars in ontvangst te nemen. Als één man – en vrouw – verhieven alle aanwezigen zich uit de banken en stoelen en zetten hun meest ernstige gezicht. De dominee kwam van zijn hoge preekstoel naar beneden, ging naast de tafel met kaarsen en stenen staan en riep de namen af:

‘Op 24 januari van dit jaar overleed Gerrit Stamminga, op de leeftijd van 87 jaar. Hij was ons allen lief en dierbaar.’
Eén van de zonen van Gerrit maakte zich los uit de rij waar hij stond, liep naar voren en nam de steen in ontvangst, plus de inmiddels aangestoken kaars. Die verlichtte zijn weg op z’n terugkeer naar de bank.

‘Op 17 februari overleed Joris Stieberman, op de leeftijd van 91 jaar. Hij was voor onze hele gemeente een lichtend voorbeeld.’
De steen en de brandende kaars werden opgehaald door de dochter van Joris.

‘Op 13 april… Hij was…’
‘Op 25 april…. Zij was….’
‘Op 27 augustus…. Ook zij was…’
‘Op 12 september…Hij was….’
‘Op 19 september overleed Peter Wagenmakers op de leeftijd van 54 jaar.’

In tegenstelling tot wat hij bij alle eerder omgeroepen overledenen had gedaan, sprak de dominee nu geen tekst uit die op Peter van toepassing was. In de kerk bleef het angstwekkend stil. Geen enkele beweging. Niemand die ook maar enige aanstalten maakte om naar voren te komen om de steen en de kaars in ontvangst te nemen. De mensen keken elkaar met opgetrokken wenkbrauwen aan, de dominee keek heel onzeker rond en wist niets beters te doen dan maar weer de preekstoel op te gaan. Toen hij dat voorbeeld had gegeven, ging de hele gemeente zitten. Wie goed keek, kon zien dat bijna iedereen een triomfantelijke glimlach op zijn of haar gezicht had. Het was duidelijk: niemand had het lef gehad de steen en kaars voor Peter af te halen. En dat was maar goed ook, zo stond er op bijna alle gezichten te lezen.

Toen iedereen weer zat en de stille triomf voelbaar was, ging de deur van de consistorie zachtjes open en verscheen heel bedremmeld dochtertje Lianne. Ze liep zachtjes naar voren en bleef vlak onder de preekstoel staan. Omkijken durfde ze niet, ze keek enkel en alleen in de richting van de dominee. Vanuit de hoge keek hij op haar neer, zich geen raad wetend met haar en de situatie. Dat duurde niet langer dan een halve minuut. Toen kwam hij weer naar beneden, stak eerst de enig overgebleven kaars aan, pakte de steen en gaf ze allebei aan het kind. Zij draaide zich om, keek vanachter haar kaars bedremmeld de kerk in en zei met trillende stem:
‘Mijn pappa was de liefste pappa van de hele wereld. En hij is nu bij God.’
Toen liep zij naar de deur toe, deed die open en niet eens zachtjes achter zich dicht.

Pas een kwartier later durfde de kerkganger die het dichtst bij de deur zat te gaan staan en de kerk uit te sluipen. Het duurde bijna een uur voordat de allerlaatste het gebouw had verlaten.

1 Reactie

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *