Dichtersdag najaar 2018

Op zaterdag 8 september hadden we de tweede dichtersdag van 2018. De locatie werd op het laatste moment veranderd: Driebergen, in verband met het fietsongeluk van een van de deelnemers. Johan de Groot en zijn vrouw Petra maakten het ons enorm naar de zin. Na enkele berichten van verhindering waren we met zeven dichters. Ieder las zijn/haar gedichten voor, die vervolgens werden besproken en van tips voorzien. De discussie werd niet geschuwd, ook niet bij onze uitstapjes naar de Amerikaanse binnenlandse politieke verwikkelingen en de mogelijkheden en beperkingen die we als christelijk georiënteerde dichters ervaren bij het vinden van een medium (buiten deze website).

Een van de dichters had toevoegingen aan een cyclisch gedicht over zijn overleden moeder, een ander kwam met aanpassingen van een eerder gedicht; de een ging verder in de dichterlijke vrijheden dan de ander; een van de dichters had geëxperimenteerd met een cyclus van haiku gedichten. Het kon allemaal en iedereen kreeg nuttige tips, over inhoud en vorm, over titels of interpunctie. We spraken over de Nederlandse taal en onze verantwoordelijkheid daarvoor, maar ook Engels, Frans en Italiaans waren te horen. De foto’s werden door Petra gemaakt.

Een aantal van de gedichten zal zijn weg vinden naar Eerste Druk (nummer 29) en vervolgens deze website. Daarvoor is nodig dat een leesmaatje aan de redactie bevestigt dat de belangrijke opmerkingen over een gedicht zijn verwerkt.

Een discussie over de overtreffende trap van ‘voltooid’ inspireerde een van de deelnemers tot onderstaand verhaaltje.

 

VOLTOOIDST
Dichtersdag 8 september 2018

Kikker Guido woonde zijn hele leven al in de vijver. Wat hield hij van die plek en van zijn vijvergenoten. Guido’s leven was een en al verwondering.
Toen hij dril was, had hij gedacht, “Ik ben nu zo prachtig. Ik ben voltooid.” Toen hij een kopje en staartje kreeg, dacht hij, “Ik word almaar mooier en voltooider.”
Guido kreeg kieuwen en tandjes, achterpoten met tenen en voorpoten en een echte kikkerkop. En toen zijn staart verdween en hij groener en groener werd, kwaakte hij “Ik dacht altijd dat ik niet voltooider kon worden, maar telkens ben ik verwonderd over wat er met me gebeurt. Hoe zal het zijn om eens voltooidst te zijn?”
Guido schreef er een gedicht over en liet het aan de andere kikkers lezen. Ze lachten hem uit. “Je kunt niet voltooider zijn en al helemaal niet voltooidst. Dat bestaat gewoon niet.”
Kikker Guido gaf niet op. Hij wilde zijn gedicht aan de reiger laten lezen. De reiger had veel van de wereld gezien. “Hij heeft een ruime blik.” dacht de kikker. Met gevaar voor eigen leven zocht Guido de reiger op, maar ook die lachte hem uit. “Het is dat ik je zo grappig vind,” zei hij “anders was je er geweest.” zei de reiger. “Wegwezen nu, voor ik me bedenk.”
Met de snelste schoolslag die hij in huis had racete kikker naar zijn veilige plekje aan de andere kant van de vijver. Omdat hij door zijn nat geworden ogen wat waterig zag, botste hij tegen een schrijvertje aan. Normaal gesproken zou hij zo’n makkelijk hapje niet laten gaan, maar nu vertelde Guido het schrijvertje van zijn teleurstelling. Hij droeg zelfs zijn gedicht aan hem voor.
“In één woord prách-tig.” zei het schrijvertje. “Vind je dat echt?” vroeg de kikker verbaasd. “Natuurlijk, kikkertje, “ zei het schrijvertje, “ik heb zelf ook eens een gedicht over mezelf geschreven, omdat ik een wondertje ben. Ik noemde mezelf een krinkelend winkelend waterding en mijn glanzend blauwe schild een kapoteken. Over de vogels schreef ik dat ze kwietelend piepten. Iedereen vond me raar, maar ik wist wel beter. Nou, ik ga er vandoor, voordat je je bedenkt, kikker.”
Met zijn breedste glimlach keek Guido het schrijvertje na, toen die lopend over het water uit het zicht verdween.

Henk van ter Meij

1 Reactie

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *