Veertigdagentijd, Pasen – Pinksteren 2018

Deze gedichten werden geplaatst in het Friesch Dagblad. (Voorbeeld)

 

Geestverwant
bij Johannes 14:9-16 / Pinksteren

Liever vragen we om meer bewijs
dan te geloven in wat we zien.
Diep vanbinnen sluimert een misschien
dat voortdurend richting twijfel wijst.

We draaien om het mysterie heen
liever dan eenvoudig te aanvaarden
wat Jezus wonderlijk openbaarde:
Vader, Zoon en Geest, drie en toch één.

Zijdelings is de Geest zichtbaar
in liefdevolle woorden en daden
die een hemelse herkomst verraden.

Inspirerend is hij, herkenbaar
als degene die de richting kent
en laat zien wie je in wezen bent.

Jon van Duivenbode

 

Vertrek
bij Marcus 16:19-20 / Hemelvaartsdag

de verf is nog nat
het druipt er vanaf
dit is jouw koning
van brood en vis

eerst zien dan geloven
kan niet meer Tomas
klimmen in een boom
vergeet het maar

het is avond geweest
de morgen is gekomen
één zonder vertraging
met hemelse bestemming

goed dertig was hij
een laatste hand en zegen
eerst geloven dan zien
till we meet again

Reinier Dorgelo

 

Bevrijding
bij Kolossenzen 1: 13-14 / Bevrijdingsdag

Een omgekeerde uittocht
– de vijand weg uit onze woestijn –
de vlaggen kunnen uit
al blijven onze tranen voorlopig
verschroeide aarde blussen.
Een koninkrijk bevrijd
uit een domein van duisternis.

Heeft God met de bevrijding
– door Polen, Canadezen,
Engelsen, Amerikanen –
onze vrijheid nu verzekerd?
Ja in Christus Jezus wel,
in een sterk geloof.
Al viel het nog niet mee
om de vijand te beminnen.

Ook de Kolossenzen hadden het niet makkelijk.

Clemens van Brunschot


 

Gebed voor de koning
bij 1 Tim. 2: 1-2 / Koningsdag

Heer, wij bidden voor de koning
die het land regeert vandaag.
Geef hem sterkte als bekroning,
wijsheid die hem nooit verlaat.

Geef dat hij dit land mag dienen
bij de gratie van uw trouw
en ons volk regeert met liefde
op gerechtigheid gebouwd.

Koning Willem Alexander –
laat zijn naam gezegend zijn,
Heer, door U die als geen ander
koningen regeert en leidt.

Heer, wij bidden voor de wereld,
rechters en de overheid,
wereldleiders en regeerders,
draag hen allen wereldwijd.

Ria Borkent
melodie Liedboek 801 Door de nacht van strijd en zorgen
‘Love divine’ John Stainer

 

Die morgen
bij Joh. 20:1-18 / Pasen

De dag springt losjes uit de band
van aardedonker, stille kou,
wijst alle nevels van de hand,
gunt zicht aan een bedroefde vrouw.

Hij die ze uit het oog verloor,
verrees herboren uit het stof.
‘Maria!’ klonk het in haar oor,
de zon verlichtte heel haar hof.

Zijn vege lijf, zo vroeg ontwaakt,
ontdoet haar van een wreed gemis.
Zij, door zijn woorden licht geraakt,
voelt aan de klank dat hij het is

en springt onwennig uit de band
van aardedonker, stille kou.
Ze volgt haar minnaar naar een land
voorbij de grauwe morgendauw.

Jan Groenleer

 

Maria Magdalena
bij Marcus 16: 1-8 / Stille zaterdag/Paasnacht

Vroeg in de morgen komt zij
verscheurd van verdriet bij het graf
van haar laatste houvast,

die daar werd geborgen, – ze ziet nog
de wonden in handen en voeten
en in zijn zijde -, om hem eer te bewijzen
met tranen en geurige olie,

maar de plaats waar hij, in doeken
gewikkeld neer was gelegd, is leeg.

Er is niets te ontraadselen aan
deze feiten, hoe onaannemelijk ook.
De liefde gelooft niet maar geeft zich
schoorvoetend over. En hoopt.

Julien Holtrigter

 

Opgang
Bij Joh. 18:1 tot 19:42 / Goede Vrijdag

De te volgen weg afgelegd, gaat het
in de finale tot bloedens toe verder,
ontmaskeren nu die vermeende herder;
kruisverhoor voor Jezus van Nazaret.

Dit wordt vragen naar de bekende weg
om een proces aan zijn oordeel te helpen.
Vandaag staat ‘de man voor het volk’ terecht;
executiedrift tekent zich steeds scherper.

Met hem te doen wat deze meute wil,
Pilatus stamelt als een machteloze,
wast vlot zijn handen en schrijft wat hij schreef.

Laatste meters, straks gaan ze Hem verhogen,
de soldaten weten niet wat er leeft.
Zij maken in dit schouwspel geen verschil.

Alfred Valstar

© Ad Meskens / Wikimedia Commons

 

Draaiboek
bij Matteüs 26:1-13 / Witte donderdag

Ze dachten de regie te hebben. Eerst het feest
van de bevrijding, de hogepriester in vol ornaat
in het Allerheiligste, het lam geslacht,
de zonden vergeven, en dan in alle rust

de dood van hem die zich de Zoon durft
noemen. Verdwijnen moet hij als een rotte
geur die wegwaait in de wind. Dat niemand
treurt of rouwt.

Een vrouw ziet het rode koord van boven
naar beneden, verzilvert haar kapitaal.
Uit de gebroken kruik stijgt passie op
en de geur van leven.

Ati van Gent

 

Korte instructie voor het vervaardigen van een Palmpasenstok
Bij Marcus 11: 1-11 / Palmzondag

Zoek eerst twee latten, bind ze samen tot een kruis.
Neem niet te zware balken,
jouw inzet hoeft de wereld niet te dragen.
Voor zilverlingen mag je best rozijnen nemen,
want zelfs verraad en leugen zijn verzoend.
Hang er maar vrolijk fruit en snoepgoed aan,
vergeet geen haan te bakken, goed zichtbaar hoog er bovenop.
Eet hem met suiker, zoet van smaak,
want ook het bang gekraai van Petrus
die zichzelf de voorste dacht,
is tot een lied gemaakt.
Speel met je zoete feeststok zo het heilig spel
totdat het donker wordt en stil.
Stem met de woorden in, je hoeft ze niet te snappen.
Wat deze week geschieden zal, is – vraag niet hoe –
besloten in Gods wil.

Henk Fonteijn

 

Graankorrel
bij Joh. 12: 20-32 / 5e zondag Veertigdagentijd

De hele wereld leek hem achterna te lopen,
een menigte op drift tot in Jeruzalem,
en al die mensen wilden wat van hem.
De eersten zijn ontnuchterd afgedropen.

Hun toekomstbeeld lag plotseling in scherven
toen hij begon te spreken van zijn dood:
hij die tot voedsel worden zal, tot levend brood,
moet eerst als korrel in de aarde sterven.

Er klinkt een stem die schijnbaar niemand kent.
Het uur, de tijd van bitterheid, breekt aan.
Het eerste woord, de hoogste naam – Ik ben

zal als het laatste woord de aarde binnengaan,
zal bij het eerste licht verrijzen als het graan,
als brood dat zich laat delen in zijn naam.

René van Loenen

 

Overvloedig
Bij Joh. 6: 1-15 / 4e zondag Veertigdagentijd

Nog steeds verwonderd over vissen
en manden vol gerstebrood, willen zij hem
die dienaar is tot koning maken, terwijl hij
vanuit de stilte, al weer – nog steeds –
op weg is naar het andere breken.

Neem, eet.

Wat is geloven anders dan eten uit zijn hand,
samen aan zijn voeten zitten en je verbazen
over zijn dankgebed? Zodra zijn woord
het voor het zeggen heeft, is een volk
te voeden met wat een mens kan bieden.

Fiet van Beek

 

Raadsel
Bij Joh. 2: 13-22 / 3e zondag veertigdagentijd

Liefde, die veel mensen beter maakte
en kwade geesten ook wist weg te jagen,
heeft in sacrale woede kassa’s weggeslagen,
de hele handel in zijn vaders huis.
Koop zonder geld, je krijgt genoeg,
koop zonder prijs leven in overvloed.

Ooit zag ik ondergoed te koop in Hoorn
in een trots kerkgebouw. Gewelven vol textiel.
Een boekhandel in Limburgs kathedraal,
waar offers gul over de toonbank gaan.
Woudsend – achter het glas-in-loodraam
de geraniums. De kerk als kek appartement.

Het doet me pijn, die lege heiligdommen
waar status en consumptie goden zijn.

Een God om lief te hebben liet zich slopen,
bouwde zijn tempel nieuw, deelt brood en wijn.

Ria Borkent

 

En uit de wolk klonk een stem
Bij Marcus 9: 2-10 / 2e zondag Veertigdagentijd

Dominee K. had de stem van God: laag, traag, gedragen,
daverend, hagelend in mijn oren, zwaar op mijn maag.

Ik deelde mijn openbaring met vader voor het slapen gaan
en vroeg hem of God zichzelf hoorde als dominee bad.
Papa keek me bijna aan, pakte mijn hand:
Wat een vraag voor een kind

Ik hobbel mijn vader over de paden van de kinderboerderij.
Hij draait zich om, kijkt me met waterogen, waarin een
flets zonnetje leeft, strak aan. Zijn oude vinger wijst bevelend.
Met vaste stem verklaart hij:
Daar, die kip die haar kuikens roept, dat is Gods stem

Henk van ter Meij

 

Begin van het verhaal
Bij Marcus 1: 12-15 / 1e zondag Veertigdagentijd

Vóór hem op het blauwe kleed
lag zijn zelfgemaakte bol
met zijn kleuren en patronen
waarop zijn stralende gezicht
alle aandacht had gericht:
wat een feest daarop te wonen.
De hele dag speelde
hij ermee, wat nooit verveelde.

Toen kwam de slag: de bol bewoog
zich naar de rand en stuiterde
eraf nadat een slang loog.
En Hij, Hij zocht en riep “waar ben je?”
Heel diep zag hij zijn bol, beschadigd,
nu vies, haast buiten zijn bereik.
Hij was in tranen, maar niet moedeloos:
“Ik haal je op – wacht maar, je wordt iets moois.”

Irene Postma

 

Boete doen?
Bij Matteüs 6: 1-6, 16-21 / Aswoensdag

Aswoensdag, eerste dag van de veertig dagen
De dagen van vasten tot de zondag van Pasen
Wie vast er nog, wie bidt er nog
Wie doet er nog boete in deze tijd?

Hebben wij geen bewustzijn van zonden meer
Dat tot boetedoening leidt?
Zitten wij niet meer in zak en in as?
Misschien hebben wij hoogstens wat spijt

Zullen wij bidden tot God onze Vader
In het verborgene, in eigen huis?
Bidden om vergeving en om zijn genade
Dan wonen wij werkelijk bij Hem thuis

Laura Reedijk