Parabel van het drachtig schaap (Hans Werkman)

Hetty Heyster, Drachtig schaap


PARABEL VAN HET DRACHTIG SCHAAP

Een drachtig schaap bij Bethlehem
hoorde in ’t veld een engelenstem.

Het struikelde door nacht en dal
en stond toen voor de eigen stal.

Daar vond het in de voederbak
wat aan de aarde lang ontbrak:

het Lam van God, Maria’s zoon,
de kleine Koning zonder kroon.

Toen was daar plots een klein wit lam,
dat uit het schaap tevoorschijn kwam.

Op hun acht poten kwamen zij,
nog wankelende, naderbij

en bogen voor het Kind hun kop,
het moede moederschaap voorop.

Toen wenkte ’t schaap van Lucas 2
Jesaja’s os en ezel mee.

De hele dierenschepping kwam
in os en ezel, schaap en lam.

Het Kind was arm en ook zo rijk,
zo aards en hemels tegelijk,

de grote kleine Vredevorst,
die melk dronk uit Maria’s borst.

En uit de uier van het schaap
dronk zich het witte lam in slaap.

Toen klopte iemand aan de deur,
een mens gehuld in schapengeur.

Ook hij vernam een engelenstem
en haastte zich naar Bethlehem,

en zag het Kind, werd blij en liep
meteen terug naar ’t veld en riep:

‘Kom, mensen, kom door nacht en dal,
aanbid het Lam Gods in de stal,

want in de voerbak ligt het Kind,
dat ons voorgoed aan God verbindt.’