Palio (Jon van Duivenbode)

Palio

PALIO

Eindelijk lijkt de zomer aan te breken. Na een wisselvallig voorjaar krijgt de warmte eind juni steeds meer grip op het Toscaanse landschap. In de steden met de dicht op elkaar gebouwde huizen met rode daken is altijd wel schaduw te vinden. Bij de school in het midden van Siena is dat ook zo. In de pauze staan docenten druk met elkaar te converseren. Een kakafonie van kinderstemmen vult het krap bemeten schoolplein. Er mogen hier in de buurt geen auto’s rijden, zodat niets de spelvreugde kan overstemmen.

Alice en Emilio rennen rond in een wat kleinere hoek van het plein.  Drie keer. Op één plaats waar het plein een beetje afloopt probeert Emilio om Alice in te halen. “San Martino” roept hij, en neemt de binnenbocht, waarbij hij zijn been in de loop van Alice zet. Ze botst tegen hem aan en struikelt, probeert nog op de been te blijven, maar valt dan toch op de harde stenen van het plein. Emilio stopt en buigt zich voorover. “Gaat het een beetje?”, vraagt hij. Alice staat snel op en zegt  “prima”, en ze rent snel voorbij Emilio naar de hoek van het parcours waar de denkbeeldige finish is. “Gewonnen”, roept ze triomfantelijk. Emilio protesteert:  “Dat is niet eerlijk,  en bovendien was je van je paard gevallen, dan kun je nooit meer winnen”.  “Dat doet er niet toe”, antwoordt Alice, terwijl ze over haar knie wrijft, ik ging verder als scossa[1], en dan kun je ook nog winnen”.

Deze week beginnen de vier dagen waar alles in de stad om draait. De vier dagen van de Palio. Een paardenrace tussen de stadswijken volgens een middeleeuwse traditie. Van de zeventien wijken kunnen er tien meedoen, vandaar dat er zowel in juli als in augustus een race is. Met als hoofdprijs een speciaal voor de gelegenheid ontworpen kleed, de Palio. Tweede plaatsen tellen niet. Voor de andere negen deelnemers is er slechts teleurstelling en chagrijn.
In de vier dagen van de Palio bereikt de rivaliteit tussen de contrade[2] een kookpunt. Er hangt immers veel van af. Respect van de andere wijken, dat vooral. Wijken die al jaren niet gewonnen hebben zijn steeds meer het mikpunt van spot. Met als dieptepunt de “grootmoeder”, de wijk van wie het het langst geleden is dat ze de Palio heeft gewonnen.

De wijk Lupa[3] heeft al jaren deze twijfelachtige titel in bezit. Haar laatste overwinning dateert van 1989. Alice weet niet beter dan dat ze altijd geconfronteerd wordt met dit feit. Iedereen op school weet ook dat ze van Lupa is, net zo goed als zij van alle andere kinderen weet uit welke wijk ze komen. Vooral degenen die van Istrice [4]zijn, de traditionele rivaal van Lupa, weten haar te sarren met haar afkomst. Maar daar trekt ze zich niets van aan, ze is trots op haar wijk, zoals ze trots is op haar vader. De saamhorigheid bij Lupa is groot, samen delen ze de vernedering, de spanning in de aanloop naar de volgende Palio. Er worden felle discussies gevoerd over de vraag welke fantino[5]de wijk moet proberen te strikken, hoeveel geld hem moet worden geboden, en welke andere wijken moeten worden omgekocht om als bondgenoot te fungeren. Brio is de ruiter die het dit jaar moet gaan doen. Hij heeft al drie keer eerder de Palio gewonnen voor andere wijken, en hij weet wat er voor Lupa op het spel staat. Niets minder dan het terugwinnen van aanzien in de stad, en anders nog een jaar van hoon en schande. Maar nu, vlak voor de Palio, gelooft niemand in een nederlaag. “Natuurlijk gaan we winnen”, zegt Vincente, de vader van Alice, als ze er voor de zoveelste keer naar vraagt. “Maar het hangt er toch van af welk paard we krijgen toegewezen papa?”.  “Dat is zo, maar ik geloof vast dat San Rocco ons dit keer zal helpen om de anderen te verslaan”.  Alice zwijgt. “Als Istrice maar niet wint”, denkt ze.  Emilio, haar speelkameraad op school,  is van Istrice.

Het is zaterdag, de dag van de loting. Het grote plein voor het stadhuis staat bomvol, overal staan groepen mensen met de shirts en sjaaltjes in de kleur van hun wijk.  Alice heeft natuurlijk een zwart-wit-oranje sjaaltje om, en zit bij haar vader op de schouders, zodat ze alles goed kan zien. Ze kijkt met bewondering naar de stoere mannen van Lupa die met hun vuisten zwaaien terwijl ze zo hard mogelijk het lied van de wijk zingen. De andere wijken zingen er tegenin.

Eerst worden uit de 30 paarden de tien beste geselecteerd. Dan wordt het stil op het plein. Iedereen wil de mossière[6] kunnen horen als hij één voor één de wijken noemt en hen door loting een paard toewijst.  “Valdimontone”, zegt de starter als eerste, “Lo Specialista”.  Er ontstaat meteen veel rumoer op het plein. Want dat is het paard waar Valdimontone vorig jaar  ook mee gewonnen heeft! Alice bijt op haar onderlip en kijkt schuin naar beneden. Ze ziet dat haar vader hetzelfde doet.  Als Istrice aan de beurt is fluiten ze allebei  op hun vingers. Hoe schriller, hoe valser, hoe beter. “Lupa” klinkt het even later, en Alice houdt haar adem in. “Indianos” zegt de starter plechtig.  Ze kijkt met een schuin oog naar haar vader  en hij naar haar.  “We gaan winnen”,  zeggen ze vrijwel tegelijkertijd tegen elkaar, en lachen breeduit.  Ze kijken  toe hoe de sterke jonge mannen van Lupa zich groeperen achter het paard en het plein verlaten terwijl ze het lied van Lupa zingen.  Alice en haar vader sluiten achter aan in de rij, tussen de vrouwen en kinderen. Iedereen is herkenbaar aan het zwart-wit-oranje.  Als ze door de smalle straten van de stad lopen kijkt Alice  om zich heen. Overal staan mensen aan de kant:  winkeliers, politiemensen, toeristen met camera’s.  Haar onderlip krult omhoog.
“Vertel nog eens papa, van toen we gewonnen hadden in 1989”, vraagt Alice ’s avonds. Dat doet hij graag. En ze luistert geboeid, alsof het nieuw voor haar is, alsof het  niet gaat over lang geleden, maar een verslag is van de race die er aan komt.  “Het is lang geleden, te lang”, zegt haar vader als het verhaal voorbij is.

Dan volgen de dagen van de prova[7].  Elke ochtend en elke avond wordt er een race gehouden op het grote plein. Om de paarden te laten wennen aan het gevaarlijke parcours van opgespoten zand op de middeleeuwse keien, en aan de ambiance van tienduizenden samengedromde toeschouwers.  Het doet er niet toe wie er wint, alleen de Palio telt. De ruiters proberen hun paard uit, monsteren de tegenstanders, dagen elkaar uit, maar nemen geen risico’s.  Vooral niet in de San Martino bocht, genoemd naar de kerk daar vlakbij. Het parcours loopt daar naar beneden waardoor de paarden op volle snelheid zo hard door de bocht gaan dat ze nauwelijks overeind kunnen blijven.

Bij één van de proefraces mogen de kinderen van de wijken op de eretribunes zitten voor het stadhuis.  Alice zit in het vak van Lupa. Net als alle andere kinderen van haar wijk heeft ze een wit t-shirt aan en een sjaaltje van Lupa om. Ze draagt haar zwarte haar in twee lange vlechten waar ze oranje strikjes in  heeft gedaan. Ze draagt een oranje band over haar voorhoofd en een oranje zonnebril.  Op iedere wang heeft zij  twee zwarte strepen, die er opgetekend zijn door haar moeder. Twee vakken verderop ziet ze  Emilio zitten. De kinderen van Istrice gaan staan, en zingen honend in de richting van Lupa terwijl ze zwaaien met hun blauw-wit-rode sjaaltjes. Door het rumoer op het plein is het moeilijk verstaanbaar, maar Alice weet dat het gaat over de “grootmoeder”. Ze bijt even op haar onderlip. Gedirigeerd door de leidster van haar groep zingen ze uit volle borst terug terwijl ze met hun vuisten wegwerpgebaren maken. Alice steekt haar tong uit naar Emilio. Hij lacht terug. Alle kinderen stralen.  Zij zitten nu op de ereplaatsen en genieten er van. Ze juichen de ruiters en de paarden hartstochtelijk toe als ze het plein opkomen en vlak langs hun tribune rijden. Alice kijkt naar Indianos. Wat een prachtig wit paard, denkt ze. Zo veel gratie, zo veel snelheid. En kijk Brio eens, hoe mooi hij er uit ziet in het tenue van Lupa. Als hij zorgt dat Indianos wint zal Brio voor altijd haar held zijn.

Na de laatste proefrit op maandagavond,  de generale repetitie¸ is het feest in de stad. Elke wijk die meedoet aan de Palio houdt een maaltijd in de open lucht. Overal heerst het optimisme, en de Chianti vloeit rijkelijk. Alice ziet dat haar vader behoorlijk aangeschoten is. Hij roept met dubbele tong iets over omkoping.

Dinsdag is het de grote dag, ’s avonds om half 8 is de Palio. Alice kijkt vroeg in de ochtend al naar de regionale televisie die alles rond de Palio vrijwel 24 uur per dag  uitzendt. Er is geen school vandaag, natuurlijk niet. De hele stad is maar met één ding bezig.  Traditiegetrouw begint de dag met een mis voor de ruiters, buiten voor het stadhuis. De gladiatoren hebben nu gewone kleren aan en doen hun best om er netjes uit te zien en aandacht te tonen voor de bisschop. Maar het kan niet anders of ze zijn in gedachten bezig met de details van de Palio. De eigenschappen van hun paard, oneffenheden in het parcours, de punten waarop je kunt inhalen, de rivalen en mogelijke bondgenoten.
Later op de ochtend is er in de kerk van San Rocco nog een bijzonder moment. Alice is er bij, ze staat met haar vader langs het gangpad in de kerk. Ze kijkt schuin omhoog naar het beeld van de Madonna. Maria heeft een sjaaltje om, zwart-wit-oranje. Dan komt de paardenknecht binnen samen met Indianos. De priester spreekt plechtige woorden uit en zegent het paard. Aan het slot zegt hij tegen Indianos: “ga, en kom terug als overwinnaar!” Zo gaat het in alle wijken.

In de middag is er de grote historische optocht. Vanaf de kathedraal loopt een enorme stoet aan figuranten in middeleeuwse kostuums door de stad richting het grote plein. Gilden van oude ambachten, notabelen, hellebaardiers,  de hele geschiedenis is aanwezig.  Ook alle zeventien wijken lopen mee. Voorop de trommelaar die het ritme aangeeft. Gevolgd door de twee vendelzwaaiers en de ridder, gehuld in een ijzeren harnas. De ridder van Lupa heeft een woeste baard en ziet er uit alsof hij zojuist 500 jaar heeft overbrugd.  Alice is trots op haar stad. Ze volgt alles op televisie en ziet regelmatig bekenden door het beeld schuiven. Hoe graag zou ze vanavond midden op het grote plein staan,  maar dat zit er niet in. Het gedrang van een grote mensenmassa is te gevaarlijk voor kinderen.  Vanaf zes uur ’s avonds is het plein alleen nog toegankelijk via één nauw en steil straatje waar een verroest bord waarschuwt in glasheldere taal: geen wc’s, geen kinderen, geen rolstoelen. Haar vader staat wel op het plein, tussen de stoere mannen van Lupa.

Het lange wachten begint. Alice kijkt samen met haar moeder en jongere zusjes naar de televisie. Het geluid staat maximaal. De experts analyseren urenlang hoe de race kan verlopen. Ze geven Lupa een kans, maar de favoriet is Valdimontone. Alice ziet hoe de deelnemers aan de optocht plaatsnemen op de tribunes die deze week nog voor de kinderen waren bestemd.  Er klinkt trompetgeschal. Op een door ossen getrokken koets wordt plechtig de Palio binnengebracht, het kleed dat de winnende wijk ontvangt. En dan, eindelijk, komen de ruiters het plein op. De menigte roert zich enthousiast, maar wordt muisstil als de starter de startvolgorde bekend maakt, die door loting wordt vastgesteld. De eerste, en dus de beste plaats is voor Valdimontone.  Alice bijt nog maar eens op haar lip, maar haar gezicht klaart snel op. Lupa krijgt plaats twee. Helaas start Istrice daar vlak bij in de buurt op plaats vier. Zal de gluiperige ruiter van Istrice zelf proberen te winnen of alleen maar Lupa gaan hinderen?

De start kan pas gegeven worden als alle negen paarden netjes op hun plaats in de rij staan achter het koord.  De tiende ruiter, die achter de anderen moet starten,  geeft dan het startsein door als eerste in actie te komen. Maar zo eenvoudig is dat niet. Want de paarden zijn moeilijk in bedwang te houden, en de ruiters hebben zo hun eigen afwegingen. Er begint een zenuwslopend spel van treuzelen, uitdagen, en elkaar hinderen. Vooral Istrice maakt het bont door steeds te proberen een eerdere startplaats in te nemen. Er klinkt gejoel op het plein: “Diskwalificeren die kerel”. De stem van de starter blijft rustig de volgorde herhalen waarin de paarden zich moeten opstellen.

En dan ineens zijn ze weg. Valdimontone in het geel-roze heeft aan de binnenkant een flitsende start genomen, Lupa zit ergens in het midden. Alice bijt  haar onderlip nu bijna stuk, maar haalt even later opgelucht adem. De start wordt met een grote knal geannuleerd, want de paarden stonden niet in de goede volgorde aan de streep. Het zenuwspel begint opnieuw. Leocorno neemt alle tijd om zijn positie in te nemen en Istrice blijft voordringen.  De paarden beginnen te zweten in de avondhitte, waardoor de ruiters  er straks nog sneller van af zullen vallen, te meer daar de paarden geen zadels hebben. Nogmaals komt er een plotseling einde aan het gemanoeuvreer.  Ditmaal heeft Valdimontone het te laat in de gaten en zijn het anderen die de kop nemen: in het donkerrood Torre, dat bijna nooit wint, gevolgd door Oca in het groen-wit. Ook dat zijn twee rivaliserende wijken.  In de eerste San Martino  weet Oca door een riskante bocht te nemen aan de leiding te komen.

Ondertussen let Alice natuurlijk vooral op Indianos.  De stem van de televisiecommentator slaat over. Zoals te verwachten was probeert de ruiter van Istrice om Indianos te hinderen, zelfs door middel van zweepslagen. “Kom op Brio”, fluistert Alice met samengeknepen keel, en het lijkt wel of hij het hoort. Eerst slaat hij met zijn zweep terug naar Istrice die de hoge snelheid niet kan volhouden en afhaakt. Het paard van Torre begint in de tweede ronde moe te worden en verliest terrein. Twee ruiters zijn al van hun paard gevallen. Lupa vecht voor de tweede plaats met de scossa van Pantera, en komt vervolgens bijna naast Oca, dat nog steeds aan de leiding gaat. Maar de ruiter van Oca is slim en weet Lupa in de bochten steeds net de pas af te snijden. In de laatste ronde doet Brio wat hij kan, en ook de scossa van Pantera komt weer dichtbij. Met drie paarden bijna naast elkaar stormen ze op de laatste bocht af. Brio probeert  in een uiterste poging onderlangs te gaan, maar daardoor glijdt Indianos op volle snelheid onderuit terwijl hij de finish passeert. Oca wint voor de zoveelste keer, vlak voor het gevallen paard van Lupa en de scossa van Pantera.  Indianos staat weer op, maar Brio blijft liggen.

De televisiecamera’s hebben nu alleen oog voor de winnaar, die direct op de schouders genomen wordt door de uitzinnige fans van Oca. Het kleed van de Palio wordt niet overhandigd, maar door de Oca-fans zelf van de balustrade getrokken.

Alice heeft haar handen voor haar gezicht geslagen en huilt schokkerig. “Ik vind het zo erg voor papa”, zegt ze na een poosje tegen haar moeder.  En ze huilt weer verder. Na een paar minuten brengt ze uit: “Ik speel nooit meer met Emilio”. De televisie blijft de race -die nog geen twee minuten heeft geduurd- eindeloos herhalen. Na een paar minuten kijkt Alice weer op, en ziet ze een vertraagde opname van de finishplaats vanuit een andere hoek. Tot haar schrik ziet ze dat Brio gewond op de grond ligt, en dat er twee mannen met een Lupa-sjaaltje op hem in schoppen en slaan, totdat ze door de toegesnelde carabinieri worden opgepakt. Brio wordt afgevoerd op een brancard.
Dan volgen andere beelden, van de massa op het plein. Bovenin is een duidelijke deining te zien, vlak na de finish. Er vallen klappen. “Tussen Lupa- en Istrice-supporters”, zegt de commentator.  De moeder van Alice kijkt bezorgd: “Daar staat Vincente altijd”. De telefoon gaat, een vriend van haar vader aan de lijn heeft slecht nieuws: “Vincente is gearresteerd”. Ook dat nog. Alice heeft zich nog nooit zo ellendig gevoeld en begint nog harder te huilen, met lange uithalen.  Haar moeder probeert haar te troosten, maar Alice rukt zich los en rent naar buiten.  Ze gaat tegen een muur zitten met de handen op haar gebogen hoofd. Zo zit ze misschien wel een uur. Dan legt iemand een hand op haar schouder. Als ze opkijkt ziet ze Emilio. “Ik vind het vervelend voor je”, zegt hij. “En ook van je vader. Ze zeggen dat hij één van degenen was die Brio heeft toegetakeld.  Omdat hij zich zou hebben laten omkopen.  Wat denk jij, Alice?” “Ik geloof er niks van”, zegt ze. “Niet dat Brio zich heeft laten omkopen. En niet dat mijn vader hem zou hebben geslagen. Want hij is van Lupa. En ik ook”.

 

[1] Paard waarvan de ruiter is gevallen.

[2] Wijken.

[3] Wolvin.

[4] Stekelvarken.

[5] Ruiter.

[6] Starter.

[7] Proefrit.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *