Antwoord (Ati van Gent)

ANTWOORD

Wij zitten aan de koffie. Het hoofd nog vol
van mogen en van moeten, van omzien naar
elkaar en overlaten aan de Heer.

Niet God, nee. Te afstandelijk, te ver
in het heelal. Voor vriendelijke schouwers
is Hij God. Niet meer.

Uitgepraat – de koffiekopjes leeg – kijk ik
naar buiten. De wereld van de Heer. Of God.
Ik weet niet meer hoe Hem te noemen.

En dan. Er landt een vogel bij het water.
Wat vreemd, denk ik. Die ken ik niet.
Tot hij een slagje draait, zijn kleuren

van het zuiverst hemelblauw. O God, zeg ik.
Kijk nou. Een boodschap van de Heer.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.