Spelen (Irene Postma)

SPELEN
(voor Ireen Wüst, 22-2-22)

Ik heb je zien komen en je stond er direct
met wilde emoties en onontkoombaar.

Het was ooit een groot feest, kind van negentien
in de speeltuin,
Niets moeten, alles mogen.
Daarna bewijs je je steeds weer opnieuw.
Je hebt niets te verliezen
en gelukkig ben je ook al.

Elke spelen op je best, spelen,
serieus spelen met nauwe blik in een heel klein wereldje
een speelhuis van een afstand, zo thuis voel je je.
Spannend en machtig, gapend tank je zuurstof.
Spanning en passie, de rollercoaster.

Een trucje is het spelen, zeg je.
Het is het spelen van een muziekstuk
waaraan je lang hebt gestudeerd, waarvan je hebt genoten
noot voor noot, totdat je het podium op mag
omdat je het beheerst.

Teruggaan naar jezelf, jij en het ijs, en wat je wilt.
Klein is de wereld binnen de focus.

Spannend, maar niet machtig, machteloos het wachten.
Kijken, turen, hartslag hoog, zuchten, niet kijken, wel kijken,
handen voor de mond, klein en ineen gedoken, tot het verdict komt,
de blijde boodschap van de klok
klein wordt groot, schiet omhoog, schiet vol…

Hoe het zo gekomen is weet alleen jij.
Alle lijden, alle pijn
het moest er zijn.
Ik heb je zien komen en je stond er direct
met wilde emoties en onontkoombaar.
Ik zie je met lede ogen gaan.

Gaan in een toekomst met een breed blikveld
en een groot hart.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.